Wat is de context?  

De wereld van bibliotheken is in transitie. In de huidige tijd neemt het aantal mensen dat boeken leest enorm af. Maar is de relevantie van de bibliotheek dan afgelopen? Nee, zeker niet! Het betekent wel dat bibliotheken moeten veranderen. Wij hebben Bibliotheek Emmen geholpen in haar transitie van ‘boekenbieb’ naar Bredebieb 

Deze transformatie betekent werken aan innovatie. Dat kan niet alleen door het management gedaan worden, je moet het als team doen. Door met verschillende facetten van de bibliotheek samen te werken, krijg je nieuwe en verrassende inzichten hoe je nog meer kunt betekenen voor je inwoners. Bij dit alles is de houding van de medewerkers cruciaal. Een Bredebieb is geen Bredebieb zonder brede dienstverlening. Centraal bij de deze dienstverlening staat gastvrijheid, co-creatie en innovatie. 

 

Wat hebben wij gedaan?  

Koers bepaald 

Hoe komt de bibliotheek ‘van boekenbieb naar Bredebieb’? We zijn begonnen met onderzoek naar de belangrijke ontwikkelingen in de gemeente Emmen. Hierbij is onder andere bepaald wat de behoeften zijn van de inwoners van de gemeente. Op basis van deze kennis hebben we een nieuwe, toekomstbestendige koers vastgesteld. Samen met medewerkers hebben we vervolgens deze koers vertaald naar de brede dienstverlening, concrete acties en consequenties voor de werkvloer. Dit noemen we de ‘Bredebieb Academy Emmen’.  

 

 

Doen  

Nicole Stiekema, beleidsadviseur marketing en innovatie bij de Bibliotheek Emmen over de academy
We hadden genoeg gepraat over wat er moest veranderen, het werd tijd om het te gaan doen. 

 

Belangrijk tijdens de Bredebieb Academy Emmen is ‘leren door te doen’. De medewerkers hebben geleerd om zelf onderzoek te doen onder klanten en partners. Door in gesprek te gaan met klanten ontdekten zij de klantbehoeften en hebben op basis daarvan samen nieuwe programma’s gemaakt. Daarnaast leerden zij dat een Bredebieb een andere houding vraagt. Inwoners willen betrokken worden bij de ontwikkeling van programma’s. Voor de medewerker draait het om aanjagen, verbinden en faciliteren. Aan het einde van de academy hebben de medewerkers een advies geschreven aan het Management Team. Vanuit hun opgedane klantkennis gaven zij advies over de verdere concretisering en implementatie van de gekozen koers. Dit advies is door het management ter harte genomen. 

 

Wat is het effect?  

Wat is er veranderd bij de Bibliotheek Emmen? Binnen de Bredebieb Academy Emmen hebben wij samen met de medewerkers de koers concreet uitgewerkt. Dit zorgt ervoor dat de nieuwe koers breed gedragen wordt. De Bibliotheek is getransformeerd en daar heeft de hele organisatie aan meegewerkt. Ook hebben de medewerkers geleerd dat de transformatie een nieuwe rol van hen vraagt. Medewerkers zijn dichter bij de klanten komen te staan. 

Nicole Stiekema over de impact op de organisatie: 
Doorvragen naar klantbehoefte leidt niet alleen tot nieuwe inzichten,
maar motiveert ook om voor de inwoners aan de slag te gaan.
Je weet nog beter waar je het voor doet.” 

 

De nieuwe programmering van de Bibliotheek is samen met klanten ontwikkeld, zodat Bibliotheek Emmen precies aansluit op de klantbehoeften. Dankzij dit alles mag Bibliotheek Emmen zich met trots het maatschappelijk hart van gemeente Emmen noemen. 

Wil je niets missen?

Ook interessant

“Dit maakt het veel zichtbaarder en concreter waarvoor je werkt” – medewerker Dbieb

 

Data is er tegenwoordig in overvloed. De uitdaging is om er informatie van te maken en dit ‘real time’ beschikbaar te maken. Daarnaast worden mensen steeds kritischer en zelfbewuster. Dat heeft gevolgen voor je programmering en de manier waarop je programmeert. Wat zijn de behoeften van je klanten? En hoe veranderen deze door de tijden heen? En hoe kun je hier goed op inspelen?

In een dynamische en steeds veranderende omgeving moeten klantinzichten continue bijgehouden en vernieuwd worden. De bibliotheek had daarom behoefte aan een concreet en actuele inzicht over haar doelgroepen.

Het Dashboard

Wij hebben het Alignment Analytics dashboard ontwikkeld, in co-creatie met onze klanten. In het dashboard wordt een grote verscheidenheid aan databronnen gecombineerd: van CBS-data en doelgroep-segmentaties tot sociale en demografische data.

Door deze data als het ware over elkaar te leggen, krijg je specifieke inzichten. Hieruit ontdek je demografische ontwikkelingen en de lifestyle van bepaalde klantgroepen, maar ook bepaalde complexe problematieken in de wijken.

 

“Mijn marketinghart maakt een sprongetje” – Marjanna, Dbieb

 

Wat is het effect?

Door het combineren van alle verschillende data geeft het Alignment Analytics dashboard toegang tot brede en veelzijdige inzichten, die de basis zijn voor een klantrelevante programmering.

Met het gebruik van het dashboard is die wens voor Dbieb in Friesland werkelijkheid geworden. De ambitie van Dbieb is om meer behoeftegericht te werken en samen met klanten een programmering te ontwikkelen. De verdieping met lokale inzichten geeft de bibliotheek gerichtere aanknopingspunten om in gesprek te gaan met doelgroepen.  Op deze manier kunnen de bibliotheken Midden-Friesland een dienstverlening op maat aanbieden, die zij samen met hun doelgroep ontwikkeld hebben.

Onze collega Lenna Lammertink introduceert in dit filmpje de werking van het dashboard.

 

Participatie in de anderhalve meter-samenleving

Het is inmiddels duidelijk dat we de komende maanden – en misschien wel tot ver in 2021 – niet terug kunnen naar het ‘normaal’ van voor de Corona-crisis. De anderhalve meter samenleving doet zijn intrede en dat stelt iedereen voor forse uitdagingen. Ook gemeenten staan nu voor de vraag hoe zij voortgang blijven boeken in belangrijke dossiers – zoals centrumplannen, onderwijs-huisvesting of de omgevingsvisie – waarbij participatie van belang is. Hoe kun je participatie zo organiseren dat iedereen die dat wil wél zijn bijdrage kan leveren, zonder dat (nu al) fysieke bijeenkomsten nodig zijn?

 

Interesse?

De Online Safari is een co-productie van Alignment Analytics en Pro-Public. Voor meer informatie kunt u contact opnemen met Marinde Beek of Barend van de Kraats (info@alignmentanalytics.nl of 0348 712 601) of met Aart Paardekooper (aart@pro-public.nl of 06 1462 5242)

Wil je niets missen?

Ook interessant

Met een strategische positionering blijf je in deze veranderlijke tijd relevant voor je klanten en onderscheidend van alternatieven. Barend van de Kraats en Judith Maagdenberg leggen tijdens de SRA-Masterclass uit hoe je tot een strategische positionering komt. Ze geven antwoord op de vraag hoe je deze doorvoert tot in de haarvaten van je kantoor.

Lees hier meer over de SRA-Masterclasses.

Wil je niets missen?

Ook interessant

Als u met enige regelmaat een vakbeurs of -bijeenkomst bezoekt, is het u wellicht ook opgevallen: steeds vaker worden dit soort bijeenkomsten bezocht door relatief jonge, overigens vaak vrouwelijke, ondernemers. Een belangrijke trend wordt bij zo’n gelegenheid zichtbaar: een nieuwe generatie ondernemers wordt actief in de uitvaartbranche.

Voor een belangrijk deel bestaat die nieuwe generatie uit zzp’ers en start-ups. Het aantal zzp’ers is namelijk sterk gegroeid van 565 in 2008 tot 1590 vorig jaar. Maar de komende jaren zullen we ook belangrijke veranderingen zien bij de middelgrote uitvaartondernemingen. Veel van deze bedrijven zijn nog echte familiebedrijven. Een interessante vraag is dan ook: wat gaat er de komende vijf tot tien jaar gebeuren als de huidige generatie van vaak wat oudere ondernemers met pensioen gaat?

Eén ding lijkt wel zeker: de opvolgers van de huidige generatie komen niet in een gespreid bedje terecht. Het aandeel middelgrote uitvaartondernemingen daalt al tijden gestaag en die trend zou zich kunnen versnellen als de komende jaren te veel uitvaartbedrijven onvoldoende voorbereid het opvolgings- of verkoopproces ingaan.

De rijke tradities van een familiebedrijf, vaak juist genoemd als een krachtig voordeel, kunnen de oorzaak zijn dat de familie niet voldoende voorbereid is op de bedrijfsoverdracht. Door deze tradities zijn zaken soms onbespreekbaar geworden. Op de momenten dat het erom gaat – zoals bij grote investeringsbeslissingen of bedrijfsopvolging – zijn goed overwogen beslissingen daardoor bijna niet meer mogelijk.

Om ingewikkelde discussies en wellicht zelfs conflict te voorkomen, kunnen familiebedrijven een zogenaamd familiestatuut opstellen. In het familiestatuut worden afspraken en elementaire zaken vast gelegd, zoals de identiteit, de visie en missie van het bedrijf. Maar ook juridische en financiële afspraken zoals de bestuursstructuur, dividendafspraken en de procedure bij bedrijfsopvolging.

In de praktijk blijkt het niet altijd even eenvoudig om tot de opstelling van zo’n familiestatuut te komen. Dat begint al met het vinden van de tijd en de rust om met elkaar om de tafel te gaan. Zeker in een uitvaartonderneming kan de telefoon 24 uur per dag gaan en moet er vervolgens direct in actie gekomen worden. En als het gelukt is om iedereen om de tafel te krijgen, is de volgende uitdaging om alle neuzen dezelfde kant op te krijgen.

Diverse onderzoeken bevestigen dat MKB-bedrijven vaak niet goed voorbereid zijn op de bedrijfsopvolging of overname. Tegelijkertijd zijn de huidige directeuren wel zeer begaan met de continuïteit van de onderneming en hebben ze echt wel een beeld wat daarvoor nodig is. Zo blijkt uit onderzoek van ING dat ruim de helft van de huidige directeuren in familiebedrijven het voor de continuïteit van het bedrijf van groot belang vindt dat de nieuwe directeur innovatiever is dan zijzelf.

De uitdaging voor de nieuwe generatie ondernemers binnen middelgrote uitvaartbedrijven is dan ook om de kracht van traditie en de noodzaak van vernieuwing met elkaar te combineren. Dat is een moeilijke opgave, maar het kán. Als we over tien jaar kunnen concluderen dat het middelgrote uitvaartbedrijf na jaren van daling goed stand heeft gehouden, dan is de nieuwe generatie ruimschoots geslaagd in deze opgave.

Bron: Vakblad Uitvaart editie mei 

Ook interessant

In de afgelopen maanden gingen Barend van de Kraats en Jo-Ann Oskam het land in, in gesprek met middelgrote, regionale advocatenkantoren, om antwoord te krijgen op de vraag: wat is de kracht van het regionale advocatenkantoor? Ze spraken 12 kantoren uit verschillende regio’s die een sterke oorsprong hebben in de stad of regio waarin zij gevestigd zijn. Stuk voor stuk goede gesprekken, die in hun grote verscheidenheid ook leidden tot een belangrijke conclusie: de uitdagingen voor het regionale kantoor zijn groot, maar de verankering in de regio biedt een belangrijk concurrentievoordeel. Lees de resultaten in de nieuwe editie van Legal Business World.

Ook interessant

Aligment House In de afgelopen maanden waren er vanuit verschillende kanten kritische – en soms ronduit sombere – geluiden te horen over het toekomstperspectief van regionale advocatenkantoren. De bijna vanzelfsprekende sterke marktpositie in de eigen regio staat op het spel. Althans zo lijkt het, want zo deze zomer meldde het FD: “Het is geen uitgemaakte zaak meer dat bedrijven automatisch kiezen voor een advocatenkantoor uit de eigen regio.” Dit gesomber laat zich echter niet rijmen met geluiden die óók gehoord worden: het regionale kantoor zit ‘dichtbij’ en werkt doorgaans tegen aantrekkelijker uurtarieven in vergelijking met de Zuidas-kantoren. Alleen als diepe inhoudelijke kennis vereist is, wil men nog wel eens uitwijken naar een groot kantoor of een gespecialiseerd niche-kantoor. Maar hoe zit het nu echt? Wat zijn de uitdagingen waar het regionale advocatenkantoor mee te maken heeft, en hoe gaat zij daar mee om? Voor Legal Business World en The Alignment House aanleiding om in gesprek te gaan met middelgrote, regionale advocatenkantoren om inzicht te krijgen in de kracht van het regionale advocatenkantoor. In dit artikel een voorbeschouwing op de uitkomsten van het onderzoek, die in de eerste helft van 2019 worden verwacht en zullen worden gepubliceerd in Legal Business World.

Wil je niets missen?

Ook interessant

Lelystad, begin van de zomer. Een tribune afgeladen met honderden toeschouwers zit klaar voor de première van Zilte Zee, Zoete Dromen, het openluchttheaterstuk over de geschiedenis van Lelystad. Een openluchttheater? In het centrum van Lelystad? Over de geschiedenis van Lelystad? En dan drie stijf uitverkochte avonden? Als iemand zomaar met het idee was gekomen, dan was hij of zij vast voor gek verklaard. Maar het was niet ‘zomaar’ een idee: dit is wat gebeurt als je de mensen in je regio zelf vraagt wat ze willen.

 

Kennis van de lokale samenleving en je klanten is onmisbaar

Commerciële bedrijven moeten feilloos weten wat hun klanten willen en nodig hebben, anders zijn ze binnen de kortste keren failliet. Daarom investeren bedrijven veel tijd en geld in klant- en marktonderzoek. Maar bij veel maatschappelijke organisaties – of het nou bibliotheken, gemeenten, zorginstellingen of welzijnsorganisaties zijn – gebeurt dat nog steeds veel minder. Terwijl het steeds relevanter wordt, omdat de behoeften en verwachtingen van (potentiële) klanten sterk veranderen en financiering steeds minder vanzelfsprekendheid is. Daarom is public intelligence – het continu verzamelen, interpreteren en analyseren van informatie over en onderzoek doen naar de lokale samenleving, inwoners, klanten en ontwikkelingen – essentieel.

 

Praat niet over je klant, maar met je klant

Veel maatschappelijke organisaties baseren zich op hun ervaring (“zo zijn we gewend het te doen”), op hun kennis (“wij weten wat onze klanten, inwoners of cliënten willen” – niet zelden gebaseerd op kennis van slechts een kleine groep klanten) of simpelweg op waarvoor ze worden afgerekend (“onze financier vraagt; wij draaien”). Maar als je echt wil aansluiten op wat je klant nodig heeft, moet je met je klant in gesprek gaan. Je moet niet óver je klant praten, maar mét hem of haar. Of nog beter: mét hen je assortiment ontwikkelen.

 

Richt je op manifeste en latente behoeften

Vaak twijfelen organisaties of het wel wat gaat opleveren om met klanten wel in gesprek te gaan. “Gaan ze niet alleen maar klagen?” “Hoe kunnen klanten nou bedenken wat wij moeten gaan aanbieden?” Belangrijk is het onderscheid tussen manifeste en latente behoeften. Henry Ford, de autofabrikant, zei ooit: “Had ik naar de consumenten geluisterd, dan hadden ze mij gevraagd een sneller paard te bouwen.” De fictieve consumenten van Ford hadden niet de juiste oplossing paraat. Maar omdat ze om een sneller paard vroegen, werd wel duidelijk wat hun latente behoefte was: sneller van A naar B. Vervolgens bedacht Ford de T-Ford.

 

Klanten zijn expert

Jij bent als maatschappelijke organisatie expert op jouw vakgebied (of het nou de zorg of cultuur is), maar de klant is ook expert, namelijk op het gebied van zijn of haar eigen leven. Je moet een klant niet vragen jouw assortiment te bedenken of vragen hoe jij het beste je organisatie kan inrichten. Wat wel belangrijk is, is om te vragen wat hij of zij nodig heeft. De uitdaging is dat vervolgens op jouw beurt te vertalen naar een dienstverlening die daarop aansluit.

 

Behoefte aan trots op Lelystad

Terug naar Lelystad. Een mooi voorbeeld is Lelykracht. Deze samenwerking van vier organisaties in Lelystad – Bibliotheek Flevomeer, de Kubus, het Sportbedrijf en Welzijn Lelystad – kwam er met behulp van behoeftenonderzoek achter dat er onder de inwoners van Lelystad een sterke behoefte was aan meer onderlinge binding, meer reuring in de stad en meer trots op Lelystad.

 

‘Zilte Zee, Zoete Dromen’

Als antwoord op deze vraag ontwikkelde Lelykracht het Spektakel van Lelystad. Onder de naam ‘Zilte Zee, Zoete Dromen’ werd op drie avonden in juni aan de hand van muziek, dans en theater het verhaal van Lelystad verteld. Honderden Lelystedelingen deden mee aan de voorstelling, die ondersteund en gefinancierd werd door verenigingen, stichtingen en bedrijven. Het voelde als een gewaagde stap, omdat zoiets nog niet eerder in Lelystad georganiseerd was. Maar omdat het naadloos aansloot op de behoeften van de Lelystedelingen werd het een groot succes, met drie uitverkochte avonden tot gevolg. Al snel volgde de oproep om er een jaarlijks terugkerend evenement van te maken.

 

Lees hier een verslag van ‘Zilte Zee, Zoete Dromen’ in de Flevopost.

 

En nu hoe doe jij dat?

Hoe ga jij in gesprek met je (potentiële) klanten? Hoe kom je van een aanbodgerichte naar een vraaggerichte programmering? Laat een reactie achter middels de knop bovenaan deze pagina. We zijn benieuwd naar jullie ervaringen!

Wil je niets missen?

Ook interessant

Is het wachten op Hema-uitvaarten?

Er is iets opmerkelijks aan de hand in de uitvaartbranche. Het aantal uitvaartbedrijven en crematoria stijgt jaar op jaar, terwijl de marktgroei – gemeten in aantal overlijdens – daar behoorlijk bij achter blijft. De branche stevent dan ook in een hoog tempo af op een situatie van structurele overcapaciteit. De vergelijking met een rode oceaan waar steeds meer haaien elkaar verdringen om de prooi, dringt zich op.

De gevolgen voor veel uitvaartbedrijven zijn evident. Omzetten dalen, marges staan onder druk. Je zou in zo’n situatie verwachten dat uitvaartbedrijven massaal bezig zijn om de bakens te verzetten. De realiteit toont echter vaak een ander beeld.

Intussen wordt de druk opgevoerd door nieuwe toetreders. Veelal zijn dit partijen die concurreren op prijs. Bedrijven als Fine Vita en Uitvaart24 varen scherp aan de wind door een sterk afgebakende dienst tegen lage prijzen in de markt te zetten. Op zich is het geen slechte ontwikkeling dat ook in de uitvaartbranche een budgetsegment is ontstaan. Het wordt echter een probleem als veel bestaande spelers zich gedwongen voelen om in deze ontwikkeling mee te gaan.

Op deze manier dreigt voor de branche namelijk de ‘commodity trap’: producten en diensten die nauwelijks van elkaar te onderscheiden zijn, waarbij klanten uitsluitend kiezen op basis van prijs. De notaris kan erover meepraten. Ooit kon hij voor persoonlijke aandacht nette tarieven vragen. Inmiddels bestaat de notariële markt vooral uit sterk afgebakende diensten – ‘commodities’ – zoals testamenten, samenlevingscontracten en andere documenten tegen vaste, relatief lage prijzen. Zelfs de Hema is ingestapt. Hoe vreemd is het dan nog te denken dat de retailer ooit uitvaarten zal aanbieden? Het past wel in het assortiment van de Hollandse Eenheidsprijzen Maatschappij. Met notariële diensten zijn ze begin jaren ’90 immers ook begonnen.

De grote uitdaging voor de branche is dan ook dat de ontwikkeling van een budgetsegment niet uitmondt in zo’n ‘commodity trap’. Daardoor zal immers – veel meer dan nu al het geval is -de echt interessante, want goed rendabele business, naar andere sectoren zoals de horeca en evenementensector vloeien. Het is nu al geen unicum meer als het afscheid niet op het uitvaartcentrum of crematorium plaatsvindt. Ook heeft de traditionele uitvaartondernemer vaker te maken met concurrentie van professionals met een achtergrond als hotelier of event planner.

De hamvraag is: waarom maakt de klant deze keuzes? In mijn praktijk heb ik ervaren dat het antwoord weliswaar verrassend, maar tegelijk ook heel logisch is. Natuurlijk, de klant verlangt dat de uitvaart foutloos verloopt, maar dat is slechts een hygiëne-factor. Hij wil vooral kunnen terugkijken op een betekenisvolle dag.

Voor uitvaartondernemers en crematoria die relevant willen blijven, is de belangrijkste vraag niet langer, ‘hoe zorg ik dat alles goed geregeld is?’ De relevante vraag is: ‘hoe zorg ik voor een betekenisvolle dag?´ De ondernemer die zich daarvan bewust is, en vervolgens zorgt voor een goede uitvoering, heeft een gouden toekomst, zélfs in een branche waar overcapaciteit en krimpende marges aan de orde van de dag zijn.

 

Verschenen in: Vakblad Uitvaart, september 2018

Wil je niets missen?

Ook interessant

MIDDELGROTE ADVOCATEN KANTOREN: GROEI VANUIT STEVIGE BASIS IN REGIO.

“Het is geen uitgemaakte zaak meer dat bedrijven automatisch kiezen voor een advocatenkantoor uit de eigen regio”. Het is misschien wel de meest opvallende stelling uit het artikel (https://bit.ly/2weYKPH ) over de advocatuur dat afgelopen woensdag in het FD stond. Als de stelling klopt is dat echter geen reden om bij de pakken neer te gaan zitten. Want voor middelgrote kantoren liggen de kansen juist in de eigen regio.

Een belangrijke vraag die middelgrote, regionale advocatenkantoren zich dan ook zouden moeten stellen is: Waarom is het geen uitgemaakte zaak meer dat bedrijven uit de regio voor ons kiezen? Is dat echt alleen maar een afweging op basis van prijs en wellicht merknaam? Of komt het omdat we de binding met, en daarmee de relevantie voor klanten in onze eigen regio zijn kwijtgeraakt?

Veel middelgrote kantoren hebben de neiging om naar de concurrentie te kijken. Ze willen dezelfde kwaliteit bieden als een Zuidas-kantoor, maar tegen een scherpere prijs. Of ze willen zo snel mogelijk groeien om mee te kunnen dingen naar de grote zaken. Door vooral naar anderen te kijken wordt de eigen basis – waarmee het kantoor ooit succesvol is geworden – nog wel eens vergeten.

Bedrijven worden vaker dan voorheen aangesproken op hun maatschappelijke impact en de bijdrage die zij leveren aan de regio. Bedrijven – en dus ook advocatenkantoren – die zich betrokken tonen bij de regio hebben een hogere gunfactor en bereiken een groter regionaal marktaandeel. De Rabobank is een voorbeeld van een organisatie die dit goed doorheeft. De bank heeft in haar missie staan dat ze lokaal impact wil realiseren en biedt boter bij de vis door concrete activiteiten in de regio om dit te bereiken. In een regio waar de economie een stimulans kan gebruiken wordt ingezet op duurzaam ondernemerschap. In een andere regio wordt ingezet op het vergroten van zelfredzaamheid. Als een bank dit kan, waarom zou een advocatenkantoor dat dan niet ook kunnen?

Een sterke regionale positionering zorgt ervoor dat het mes aan beide kanten snijdt, waarbij zowel maatschappelijke impact als ook bedrijfseconomisch resultaat wordt gerealiseerd. Immers, als het kantoor kan bijdragen aan een gezonde lokale economie, zal dat uiteindelijk ook zorgen voor gezonde opdrachtgevers. Zo ontstaat er een win-win, waarbij zowel maatschappelijke als ook bedrijfseconomische impact wordt gerealiseerd.

Maar regionale betrokkenheid tonen alleen is niet voldoende. Vanuit deze basis moet een belangrijke volgende stap gezet worden: specialisatie op die gebieden die voor de regio relevant zijn. Het heeft weinig zin om je op intellectueel eigendom te specialiseren als er geen bedrijven in de regio zijn die daar vraag naar hebben. De binding met de regio komt juist ook tot uitdrukking in de dienstverlening. Zo is het logisch dat het Rotterdamse Kneppelhout & Korthals maritiem en logistiek tot haar expertises rekent, en het Groningse PlasBossinade dienstverlening rond aardbevingen heeft ontwikkeld.

Regionale binding en vandaaruit logische, relevante specialisatie vraagt om een belangrijke basisvoorwaarde, namelijk kwaliteit. Als je je specialiseert in bijvoorbeeld landbouw, omdat dat relevant is voor de regio, moet je er wel voor zorgen dat je topkwaliteit levert. Anders zal de business, ondanks een scherpe regionale positionering, alsnog naar de concurrentie elders vloeien.

Door een scherpe lokale binding, een voor de regio relevante specialisatie én een compromisloze focus op kwaliteit, is er voor een middelgroot, regionaal kantoor een florissante toekomst weggelegd. Op die manier wordt het voor bedrijven in de regio weer ‘een uitgemaakte zaak’ dat zij kiezen voor een regionaal kantoor.

Wilt u meer weten over hoe wij uw advocatenkantoor regionaal in positie kunnen brengen? Neem dan contact op met BarendvandeKraats,b.vandekraats@alignmenthouse.nl 0652765476.

Wil je niets missen?

Ook interessant